Pocketstatus

Een pocketstatus is een overzicht waarin de diepte van de ruimtes tussen de tanden en het tandvlees, de zogenaamde pockets, genoteerd zijn. Van elke tand of kies wordt de pocketdiepte op zes punten rondom gemeten en genoteerd.

Als er meer zaken rondom de staat van het tandvlees genoteerd moeten worden, zoals o.a. de wortelsplitsingen (furcaties) en de mate waarin het tandvlees teruggetrokken is dan wordt er een parodontiumstatus gemaakt.

Een pocketstatus wordt vaak gemaakt als de tandvleesontsteking nog niet heeft geleid tot hele diepe pockets (6 of meer millimeter) of als met de patiënt afgesproken is om een tandvleesontsteking niet volgens de parodontale richtlijn intensief te behandelen (initiële therapie). Een andere mogelijkheid is dat de pockets nog opnieuw vastgelegd moeten worden voor een chirurgische behandeling van het tandvlees (flapoperatie).

Bij behandeling volgens de parodontale richtlijn wordt de eerste pocketstatus bij de start van een tandvleesbehandeling in rekening gebracht onder code T11. Bij de herbeoordeling van de eerste behandeling en in de nazorgfase wordt dit in rekening gebracht onder respectievelijk T31 en T60. Als niet volgens de parodontale richtlijn wordt behandeld en er toch periodiek een overzicht is van de dieptes van de pockets dan kan de pocketstatus met T91 in rekening gebracht worden. Hetzelfde geldt voor het meten van de pockets voorafgaand aan parodontale chirurgie.

Sonderen van de pockets bij parodontitis