Biomateriaal

De term biomateriaal wordt gebruikt voor materialen die door de tandarts aangebracht worden om (meer) weefsel aan te maken. Meestal wordt het biomateriaal aangebracht voor extra kaakbot (botsubstituut voor botopbouw), maar het kan ook gebruikt worden om tandvlees en bindweefsel aan te maken. Soms gebruikt men ook wel het woord 'kunstbot' voor een hard biomateriaal dat niet van de mens afkomstig is.

De biomaterialen kunnen in verschillende vormen afgenomen worden, zoals korrels (granulaat), sponsachtig (collageen), deeg (putty) en als gel.

Hieronder de bekendste voorbeelden van biomaterialen:

  • Gemaakt in een fabriek (synthetisch), ook wel alloplast genoemd.
  • Menselijk donorweefsel, ook wel humane allograft genoemd.
  • Dierlijk donorweefsel (meestal rund of varken), ook wel xenograft genoemd.
  • Eigen weefsel afkomstig van een donorplek. Dit kan variëren van bot, tandvlees, bindweefsel, plasma met groeifactoren uit het bloed, of gemalen eigen tand of kies.

Xenograft botsubtituut in korrels (granulaat)

Humane allograft botsubstituut in putty