Frame kunstgebit / prothese

Een frame kunstgebit (P34, P35) heeft een metalen basis. Op het metaal is tandvleeskleurige kunststof aangebracht. Daarop zitten weer de kunsttanden of -kiezen. Een frame steunt met metalen ankertjes (haakjes) vooral op een deel van de overgebleven tanden of kiezen. Afhankelijk van het ontwerp steunt de frameprothese ook meer of minder op het tandvlees.

De tandarts kan het frame kunstgebit op twee manieren bevestigen. Of met de metalen ankertjes of met een soort slotje (precisieverankering P32). Bij een slotje zit één deel vast aan een gekroonde tand of kies en het andere deel dat daarin past, zit vast aan het frame. Het frame schuift dan op die manier in het slotje. Het slotje zit doorgaans aan de binnenkant van de tanden en kiezen en is dus niet vanaf de buitenkant zichtbaar. Ankertjes zijn vaak wel zichtbaar.

Omdat een frame kunstgebit voor een groot deel op de overgebleven tanden en kiezen en in mindere mate op het tandvlees steunt, wordt het vaak als betere oplossing gezien dan een plaatprothese. De eigen tanden en kiezen vangen beter de kauwkrachten op en het tandvlees en de tanden worden meer ontzien dan bij een plaatprothese.

Metalen basis van een frame met de ankers en steunen

Frame kunstgebit met metalen basis, ankers en kunststof tandvlees en tanden en kiezen.

Frame kunstgebit met precisie verankering. Het frame valt nu zonder ankers in het slotje van de kronen van een brug.