Sinuslift (ophogen bodem bijholte)

Sinus maxillaris

In de bovenkaak bevindt zich bij de (kleine) kiezen een holte in de kaak, de zogenoemde kaakbijholte (sinus maxillaris). De grootte van deze holte kan verschillen, maar als er kiezen worden getrokken dan komt het vaak voor dat de holte groter wordt en dat er minder kaakbot overblijft.

Als er implantaten geplaatst gaan worden moet er voldoende bot zijn. Is er te weinig bot onder de kaakbijholte dan zal de 'bodem opgehoogd' moeten worden. Deze botopbouw wordt ook wel een sinuslift genoemd. Dit kan op verschillende manieren. In de gevallen van weinig bot wordt vaak de kaakbijholte vanaf de zijkant (wangzijde) geopend en opgevuld. Dit wordt een directe of laterale sinuslift genoemd.

Laterale (directe) sinuslift

In de bovenstaande video is schematisch het principe van een laterale sinuslift afgebeeld. Na het opklappen van het tandvlees wordt er een luikje in het kaakbot geboord, waarna het slijmvlies dat de kaakbijholte bekleed afgeschoven en weggeduwd wordt.

De ruimte die ontstaat kan dan opgevuld kan worden met eigen bot en/of een botsubstituut. Dit wordt dan in ongeveer 6-9 maanden (grotendeels) omgezet in eigen bot. Tegelijkertijd met de sinuslift kunnen ook implantaten geplaatst worden (J17) of in het geval van weer weinig bot zal het implantaat pas later geplaatst worden (J09). In situaties waarbij enkele millimeters te weinig bot is onder de kaakbijholte kan ook de holte opgevuld worden door het boorgat. Dit wordt een orthograde of crestale / indirecte sinuslift genoemd.

Orthograde (crestale) sinusift

In de bovenstaande video is schematisch het principe van een orthograde (crestale) sinuslift (J18) afgebeeld. De bodem van de kaakbijholte wordt meestal omhoog getikt met een soort van stompe priemen, osteomen genaamd. Vervolgens wordt het botsubstituut door het boorgat aangebracht gevolgd door het implantaat.